ademhalingstherapie

Het adempatroon

De ademhaling is één van de processen die het lichaam zelf regelt. Hierdoor hoeven we er dus niet bewust aandacht aan te schenken.

Bij een ‘goede ademhaling' beweegt lucht in en uit de borstkas met een minimale inspanning en een zo voordelig mogelijk gebruik van de spieren van de borstkas. In een gezond lichaam verandert de manier van ademhalen en de intensiteit ervan gedurende de dag, al naar gelang de lichamelijke inspanning of psychische gesteldheid.

Hyperventilatie of disfunctionele ademhaling

Je zou kunnen stellen dat de ademhaling een weerspiegeling is van de lichamelijke inspanning die je levert en van je gevoelens.

Als gevolg van bijvoorbeeld stress of een longontsteking kan er een verstoring ontstaan in het adempatroon. De bekendste vorm hiervan is hyperventilatie en een minder bekende vorm de disfunctionele ademhaling, ook wel chronische hyperventilatie genoemd.

Om een echte hyperventilatieaanval kun je niet heen. Op het moment zelf heb je het gevoel te zullen stikken, niet meer normaal te kunnen ademhalen en met een hevig bonkend hart flauw te gaan vallen. Als gevolg daarvan kan er paniek ontstaan, die de aanval verergert. Het gebeurt met enige regelmaat dat mensen met een hyperventilatie aanval op de Eerste Hulp belanden, omdat ze denken een hartaanval te hebben.

Mensen denken vaak dat een hyperventilatieaanval een op zichzelf staand iets is, maar dat is het niet. Voordat zo' n aanval zich openbaart gaat er al wat aan vooraf en daar is altijd angst of paniek bij aanwezig.

Het is intussen vanuit onderzoek bekend dat mensen onder spanning of stress allerlei lichamelijk merkbare reacties gaan vertonen, bijvoorbeeld een snellere hartslag, een snellere ademhaling en verhoogde spierspanning. De stress of spanning ervaren we, over het algemeen genomen, wanneer er dingen gebeuren die we vervelend vinden. Wanneer er onverwachts een auto op je afkomt, schrik je heftig en spring je opzij. Op het moment zelf en nog enige tijd erna voel je hiervan de lichamelijke stressreactie. Dit voelt meestal niet prettig aan, maar het heeft wel een belangrijke functie. Deze stressreactie wordt ook wel vlucht-of-vechtreactie genoemd. Het lichaam bereidt zich dan automatisch voor op het kunnen ondernemen van actie op het moment dat er een bedreiging is. Om snel te kunnen reageren, moet er snel zuurstofrijk bloed naar de spieren gepompt worden. De bloedvaten in de spieren gaan verder openstaan. Om snel zuurstof in het bloed te krijgen ga je sneller en oppervlakkiger ademhalen. Dit (en nog veel meer) is dan dus ook duidelijk waarneembaar in het lichaam. Normaal gesproken dooft deze reactie ook weer uit, als het gevaar voorbij is. Het lichaam komt weer tot rust, dus ook de ademhaling en de hartslag zullen weer vertragen.

Wanneer er in het dagelijks leven veel stress is, kan het gebeuren dat het lichaam niet of onvoldoende naar die ontspannen toestand terugkeert. Langzamerhand bouwt er dan steeds meer spanning op in het lichaam. Doordat dit heel geleidelijk gaat valt het niet zo op, totdat er hinderlijke klachten ontstaan. Vaak zijn deze klachten wat vaag van aard, wat niet zelden als gevolg heeft dat de klachten door een huisarts of specialist niet of onvoldoende onderkend worden. Of er wordt wel hyperventilatie geconstateerd, maar verder wordt er weinig gedaan om iemand daarmee verder te helpen.

Voorbeelden van dit soort klachten kunnen zijn:
• zonder aanwijsbare reden in een rusttoestand buiten adem zijn
• vaak diep zuchten en/of gapen
• pijn op de borst
• hartkloppingen
• licht gevoel in het hoofd
• maag- en darmstoornissen of ‘prikkelbare' darmen
• pijnlijke of trillende spieren of gewrichten
• vermoeidheid, zwakheid, slaapstoornissen en nachtmerries
• seksuele problemen
• klamme handen
• concentratiestoornissen
• angstgevoelens en fobieën

Vaak wisselen de klachten elkaar af en steken ze op de meest onverwachte momenten de kop op. Dit kan het gevoel van bezorgdheid, over wat er aan mankeert, of het nog wel over gaat en of er iets aan gedaan kan worden, laten toenemen.

Door de vastgehouden spierspanning verandert het adempatroon: er wordt meer met het bovenste deel van de borstkas ademgehaald, dus de tussenribspieren en additionele spieren moeten harder werken. Dit vraagt veel meer energie, maar gaat op den duur ook pijnklachten opleveren in de spieren, omdat de spieren overbelast raken en triggerpoints ontwikkelen. De verkorting en de pijn in de spieren houden mede het verkeerde adempatroon in stand. Daarnaast raakt door het te veel ademhalen de balans tussen de bloedgaswaarden van koolzuurgas en zuurstof verstoord. Dit leidt niet alleen tot klachten (duizeligheid, tintelingen, verdoofdheid, spierpijn, een gevoel van uitputting), maar houdt ook de versnelde ademhaling in stand. De veranderde bloedgaswaarden zorgen er in de hersenen voor dat er continu een signaal wordt afgegeven dat deze manier van ademhalen in stand gehouden moet worden. Dit wordt een disfunctionele ademhaling genoemd.

Een disfunctionele ademhaling kan beschouwd worden als verkeerd ademgedrag: door de tijd heen (weken, maanden, jaren) is er langzamerhand een verkeerd beweegpatroon van de ademhaling in geslopen. Vergelijkbaar met een verkeerd aangeleerde zithouding.

De behandeling 

Over het algemeen genomen is de behandeling van een disfunctionele ademhaling/ hyperventilatie niet enkelvoudig: je lost het probleem vaak niet op door alleen de ademhaling te corrigeren. De veranderde ademhaling is een reactie op andere veranderingen in het lichaam.
Ik start mijn behandeling altijd met het vergroten van de lichaamsbewustwording. Door de klachten raken mensen vaak wat vervreemd van hun lichaam. De klachten worden wel waargenomen, maar doordat die als negatief bestempeld worden, worden ze vaak zo veel mogelijk genegeerd. Hierdoor wordt de betekenis van de klachten en de rest van de signalen die je lijf geeft ook niet meer ‘gehoord'.

Het geven van kennis en inzicht (waarom zijn de klachten er, hoe in het lichaam ontstaan ze, etc.) zorgt meestal al voor meer rust. De klachten kunnen heftig en vervelend zijn, maar ze zijn niet ernstig. Vaak is er ook volledig herstel mogelijk of valt goed te leren met de klachten om te gaan.

Onder lichaamsbewustwording valt ook het weer gaan voelen van het lichaam buiten de klachten om. Dus bijvoorbeeld voelen wat er gebeurt in de spieren als de geestelijke spanning toeneemt. Dit kunnen waarnemen en herkennen stelt iemand in staat ook de ontspanning in het lichaam weer te kunnen voelen. Het gaat om de contrastwerking binnen de totale waarneming. Het kunnen ervaren van het verschil tussen beide uitersten is nodig om het lichaam weer tot rust te laten komen, zodat het kan herstellen. Meer informatie hierover staat in het stuk over ontspanningstherapie.

De ademhaling reageert op de ontspanning. Het lichaam zoekt dan zelf het adempatroon weer op, dat het meest efficiënt is en de minste energie kost. Verdere ademhalingsoefeningen kunnen er dan op gericht zijn om iemand bewust te maken van deze manier van ademhalen of om bijvoorbeeld het verschil te voelen tussen een buik- en borstademhaling en de daaraan gekoppelde sensaties in het lichaam.

En zo is ook voelbaar dat in ontspannen toestand de ademhaling niet alleen aan de voorzijde van het lichaam voelbaar is, maar ook in de flanken en aan de achterzijde.
Ademhalingsoefeningen kunnen bestaan uit instructies die ik geef, maar soms gebruik ik mijn handen om bewegingen beter voelbaar te maken.

Het lichamelijk ontspannen kan een ingang zijn om de geest ook meer te laten ontspannen. Piekeren in een ontspannen lichaam is bijna niet mogelijk, omgekeerd is dat hetzelfde. Om nog meer afstand te kunnen nemen van gedachten die angst en stress veroorzaken, kunnen mindfulness oefeningen helpen.

Het gebeurt regelmatig dat compleet ontspannen van de spieren niet meer lukt, zelfs als het lichaam verder wel weer ontspannen is. Doordat de spieren zolang overbelast zijn geweest, kunnen er verkortingen en triggerpoints ontstaan zijn in de spieren. Massage en/of triggerpointmassage kan dan nodig zijn om dat laatste stukje ontspanning te bereiken. Naast de massage worden er rekoefeningen meegegeven om de spieren verder te laten versoepelen en ontspannen en te zorgen dat dit zo blijft.

Doordat het lichaam een lange tijd onder hoogspanning heeft gestaan en nauwelijks mogelijkheid tot herstel heeft gehad, is er ingeleverd op de conditie. Bijna alle mensen met chronische hyperventilatie klagen over vermoeidheid. Daarin zijn er twee soorten: algehele vermoeidheid met een algemeen gevoel van lusteloosheid en vermoeidheid die in de ledematen wordt gevoeld. Bij het laatst genoemde raken ook de spieren snel vermoeid en pijnlijk.
Dit nodigt niet echt uit om te gaan bewegen. Het nog verder verslechteren van de conditie kan het gevolg zijn van:

• angst om door lichamelijke inspanning een oncontroleerbare en snelle ademhaling op gang te brengen
• paniek door niet in staat te zijn om voldoende lucht in te ademen
• bijverschijnselen van slecht slapen en uitgeputheid

Toch is het meer gaan bewegen juist belangrijk om uit de negatieve spiraal te komen. Soms kan het direct positieve effecten geven wanneer iemand zich matig tot zwaar inspant: op dat moment past de lichamelijke gesteldheid (het lichaam is continu in een staat van paraatheid) bij de lichamelijke activiteit die geleverd wordt. Het lichaam kan dan als het ware ‘ontladen'.
Het geleidelijk aan opbouwen van de lichamelijke activiteit door bijvoorbeeld het doen van strekoefeningen, regelmatig een stuk lopen of fietsen draagt bij aan het verbeteren van de conditie, maar ook aan het vergroten van het zelfvertrouwen. Merken dat het doen van lichamelijke inspanning weer kan zonder problemen en dat weer steeds meer van de normale dagelijkse activiteiten gedaan kan worden.

 

behandelmogelijkheden